Waarom grote grazers gebruiken?

Natuurbeheer is gericht op het in stand houden van de verscheidenheid aan biotopen (levensgemeenschappen) die onze streken rijk is. Er zijn gesloten (bv. beukenbos) en open biotopen (zoals grasland), maar ook tussenvormen (zoals mozaïeklandschappen). Om zulke mozaïeklandschappen te beheren, worden runderen en paarden ingezet. Waarom? De natuur heeft altijd rondtrekkende grazers zoals herten of bizons gekend. Die drukten elk een eigen stempel.

Natuurlijke grazers zijn moeilijk onder controle te houden en hebben nog onvoldoende ruimte om opnieuw probleemloos te overleven. Daarom is gekozen voor gefokte soorten die nog niet te ver van hun wilde voorouders afstaan en die jaarrond aanwezig kunnen blijven. Het zijn rassen die op eigen houtje door de winter geraken dankzij een vetlaag en een wintervacht, die niet kieskeurig zijn qua voeding en die zonder menselijke tussenkomst jongen werpen.

Konikpaarden, Schotse hooglandrunderen en Galloways voldoen aan al die voorwaarden en worden daarom het meest gebruikt als permanente natuurbeheerders.

Het aantal runderen (Galloways of Schotse Hooglandrunderen) of paarden (Koniks) verschilt per gebied en per jaar. Soms lopen paarden en runderen gezellig samen.

We geven een korte oplijsting (situatie eind 2008): Bergerven (6  runderen), Hengelhoef (33 schapen), Hochter Bampd (5 runderen), Kollegreend (4 paarden, 6 runderen), Koningssteen (4 paarden), Mazenhoven (6 runderen), Schansbeemden (5 runderen), Stamprooierbroek (3 runderen, 5 paarden), Kerkeweerd-Negenoord (4 paarden, 12 runderen), Tösch (10 paarden), ’t Veer (5 runderen), Vijverbroek (5 paarden), Broekbeemd (3 runderen).


Tel: 011/ 53 02 50

Limburgs Landschap vzw

Dekenstraat 39
B-3550 Heusden-Zolder


Mail: Info[at]Limburgs-Landschap[punt]be