|
De Slangebeekbron (deelgebied Slangebeekbron en deelgebied Ballewijer) ligt vrijwel in het centrum van Zonhoven. Het gebied bestaat voornamelijk uit (voedselarme tot meer voedselrijke) waterplassen, moeraszones en kleine heideterreinen. Een vochtig, soortenrijk hooiland vult het geheel aan. De plassen zijn naar alle waarschijnlijkheid voormalige vijvers die passen in de Zonhovense traditie van viskweek (wijer=vijver). Met al dat water is het geen wonder dat men in de Slangebeekbron maar liefst 24 soorten libellen (waaronder de koraaljuffer en Kempense heidelibel) noteerde.
De Slangebeekbron (in strikte zin) vind je op oude kaarten vaak terug als 'Molenwijer' (oudste vermelding uit 1492). Hier ligt ook de 'Manerik' met een merkwaardige stuifzandduin begroeid met heide en gagel.

Foto: Wim Fourie
Het zuidelijke deelgebied de Ballewijer (reeds vermeld in 1475) wordt opgedeeld in 'Ruddel' en 'Saarbroek'. De meest opvallende broedvogelsoorten zijn zeldzame reigerachtigen: woudaapje en roerdomp. De Ballewijer met zijn rietkragen vormt een interessant habitat voor deze soorten. Uit de overzetacties o.a. langs de Molenschansweg blijkt het belang van de waterpartijen voor kikkers, padden en salamanders.
Gezien versnippering moeilijk toegankelijk.
Steekkaart:
| Conservator |
Hugo Pluymers; Dorpsstraat 32, 3520 Zonhoven;
011/ 81 30 19; hugopluymers[at]skynet[punt]be |
| Start |
1972 |
| Beheerde oppervlakte |
24ha 90a 78ca |
| Erkende oppervlakte |
24ha 90a 78ca |
| Natuur |
waterplas, rietmoeras, wilgenstruweel, vochtig hooiland, natte heide |
| Kenmerk |
gevarieerd natuurterreintje te midden van woonzones |
| Opvallende verschijning |
roerdomp, woudaapje |
|