terug naar overzicht

Nieuws april 2019

05/04/2019

Grote modderkruiper wordt zeldzamer.

Vandaag stond in de krant een artikel over de grote modderkruiper. Een soort met een nachtelijk leven en dus niet zo makkelijk te ontdekken. Dankzij een methode van wateranalyses met DNA-sporen uitgevoerd door het INBO werd de soort dan toch ontdekt op een viertal plaatsen in Limburg. Het Schulensbroek, Bokrijk, Herkenrode en Kinrooi.

De grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) behoort tot de familie van de modderkuipers (Cobitidae) en heeft een langgerekt bijna rond lichaam dat bij de staart zijdelings afgeplat is. De rug is donkerbruin tot roodbruin van kleur en over de licht geel tot oranje gekleurde flanken lopen in de lengterichting donkere vlekkerige banen. Ook op de kop bevinden zich vlekjes, het patroon is per dier uniek en maakt individuele herkenning mogelijk. De buik is licht geelbruin en kleurt in de paaitijd oranjerood. Rond de bek bevinden zich tien bekdraden: vier op de bovenlip, vier op de onderlip en twee in de mondhoeken. De soorten bermpje en kleine modderkruiper, met een vergelijkbaar uiterlijk, hebben slechts zes bekdraden. Grote modderkruipers kunnen circa 30 centimeter lang worden. 

De grote modderkruiper prefereert ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. De soort houdt zich overdag verscholen en voedt zich ‘s nachts met kleine ongewervelden zoals wormen, watervlooien, muggenlarven, waterpissenbedden en kreeftjes. Deze sporen ze op met behulp van hun bekdraden. Door een gespecialiseerde huid- en darmademhaling (via ingeslikte lucht) kunnen lage zuurstofgehalten overleefd worden. In drooggevallen wateren kan de soort zelfs enige tijd ingegraven in de modder overleven door de levensfuncties tot een minimum te beperken en gebruik te maken van huidademhaling. De dikke slijmlaag biedt hierbij bescherming tegen uitdroging.

(Bron soortinfo : RAVON)
stardekk ×